Warmte as a service Circulaire economie

Het kabinet heeft in 2016 het Rijksbrede programma Nederland Circulair in 2050 vastgesteld. Nederland wil in 2050 een circulaire economie zijn. Een economie zonder afval, waarbij alles draait op herbruikbare grondstoffen. Het kabinet heeft 3 doelstellingen geformuleerd om de Nederlandse economie zo snel mogelijk circulair te maken:

  1. Bestaande productieprocessen maken efficiënter gebruik van grondstoffen, zodat er minder grondstoffen nodig zijn.
  2. Wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, wordt zoveel mogelijk gebruikgemaakt van duurzaam geproduceerde, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Zoals biomassa, dat is grondstof uit planten, bomen en voedselresten. Dit maakt Nederland minder afhankelijk van fossiele bronnen en het is beter voor het milieu.
  3. Nieuwe productiemethodes ontwikkelen en nieuwe producten circulair ontwerpen.In het programma zijn vijf sectoren/ketens aangewezen. Met deze groepen kunnen grote stappen gezet worden op weg naar een circulaire economie:
  • Biomassa en voedsel
  • Kunststoffen
  • Maakindustrie
  • Bouw
  • Consumptiegoederen

Als onderdeel van de transitieagenda maakindustrie heeft de sector de ambitie om warmte as a service aan te bieden met een garantie op de laagst mogelijke CO2 emissie voor de beste prijs. Het doel van dit project valt onder het grotere doel van warmtelevering in 2050 volledig circulair én het versnellen van de energietransitie.

Bron van waardevolle grondstoffen

Het traditionele vervangingsmodel van installaties is ‘oud voor nieuw’: een verouderde of defecte installatie wordt vervangen voor een nieuwe. Het oude product wordt gezien als afval. Dit heet ook wel lineaire economie. De tegenhanger hiervan is circulaire economie. In tegenstelling tot het lineaire model, waarin een product als afval wordt beschouwd aan het einde van de gebruiksfase, wordt deze in de circulaire economie gezien als bron van waardevolle grondstoffen. Vanuit die bril wordt ook gekeken naar warmtelevering. Er worden jaarlijks c.a. 375.000 cv-ketels vervangen: oud voor nieuw. In veel gevallen zitten in de oude, afgedankte ketels nog goed functionerende componenten. Bij het project Warmte as a Service (WaaS) wordt warmtelevering beschouwd als een dienst. Zo kunnen er verschillende scenario’s optreden die gunstig zijn voor de materiaalimpact, bijvoorbeeld het verlengen van de levensduur van ketels door alleen de kritische componenten te vervangen.
Door deze benadering ontstaan er kansen om de warmte te leveren door een product wat samengesteld is met oog op een zo laag mogelijk materiaalimpact. Op deze manier kan er slimmer omgegaan worden met onderdelen en daarmee grondstoffen. Dit heeft impact op de traditionele, lineaire keten. WaaS is daarom een ‘doe en leer’ project waar de gehele keten bij betrokken is.

Woningcorporatie Domijn heeft 27 woningen in Enschede geselecteerd met ketels van 17 jaar oud. Deze ketels zouden in 2020 vervangen worden. Op deze woningen wordt het concept van de verlengde levensduur in de praktijk getest.

Doe & Leer kennisontwikeling

Het doel van het project is om kennis te ontwikkelen met betrekking tot verdienmodellen van warmte as a service en de benodigde ketensamenwerking door een praktijk pilot ‘levensduurverlenging’ uit te voeren in samenwerking met ketenpartners. De pilot activeert alle betrokken partijen en vervult daarmee een voorbeeldfunctie voor andere pilots voor betrokken partijen en weer nieuwe partijen. Binnen het project kunnen lessen worden geleerd, die ook gebruikt kunnen worden bij verbreding naar nieuwe energievormen en het installeren van andere verwarmingssystemen.

Samenwerking

De volgende partijen zijn projectdeelnemer in Warmte as a Service:

  • Provincie Overijssel
  • Geas Energiewacht
  • Circulus Berkel
  • Ministerie van EZK
  • LBP Sight
  • Woningcorporatie Domijn
  • De Nederlandse Verwarmingsindustrie

Verwachte afronding/ oplevering

Het project wordt eind 2020 afgerond.